Het is goed om te beseffen dat het systeem van cito-toetsen een leerling volgsysteem is, signalerend van aard. Het is geen leerling-achtervolgsysteem, veroordelend van aard. Voor ons als school en voor u als ouder is het belangrijk om te weten of we op de goede weg zijn en of bijstelling nodig is, zodat de vorderingen gerealiseerd worden.

De meeste kinderen behalen in het cito-systeem een C of B. Een A-score of A+-score duidt op bovengemiddelde beheersing van de stof, D betekent ondergemiddeld en E meer dan ondergemiddeld.

Op de Fontein betekent het niet alleen actie voor de kinderen die D of E scoren op een vak. Na de cito-ronde worden alle leerlingen geanalyseerd op hun score. Na deze analyse wordt bekeken welke doelen een kind moet halen in de komende periode. Daarbij wordt ook bekeken wat de instructie-behoefte van elk kind is op de vakken rekenen, taal, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen. Per kind per vak kan een andere instructie-behoefte bestaan. We werken met drie niveau’s van instructie: instructie-onafhankelijk (kort), instructie-gevoelig (gemiddeld) en instructie-afhankelijk (verlengde instructie). De verdeling van instructie komt op de zogenaamde groepsplannen terecht. IB-er Martine van Veelen spreekt met alle leerkrachten de groepsplannen door. Zo geven we onderwijs op maat en kunnen we gericht lesgeven. Deze werkwijze heet Handelings Gericht Werken (HGW)